Brooklyn, NY 11221, USA

Mi libi – het erf en ons huis

Daisy Liong

Het erf

Door Daisy Hedwig Liong-A-Kong

Ik ben geboren op 18 september 1936 te Paramaribo aan de Wagenwegstraat. (Na de dood van dokter J.F. Nassy veranderde de naam van de Wagenwegstraat vanaf de Stoelmanstraat in Dr. J.F. Nassylaan en werd het nummer van het huis 111).

Op het erf stonden elf huizen, drie aan de straatkant en acht op het erf. Ons gezin woonde in een van de huizen aan de straatkant. Tegen ons huis was er ook een woning, die bewoond werd door mijn getrouwde zus Helouise en haar echtgenoot, George Jap Tjong en twee kinderen Ronnie en Jean.

Verder woonden er een klokkenmaker Jong-Loy, een drukker oom Louis genaamd (Ferrier) en anderen. Op het erf stonden verder 1 appelboom 1 kersenboom, 1  bredebon (man van woord) en 2, een witte en een bruine, sterappelbomen.

Er waren verder zes privaten ook wel wc’s, kumakoisi’s (‘gemakshuisjes’) of plee genoemd en een erfkraan. Ook waren er zes badkamers en 1 dot’ ipi (vuilnishoop) waar de bewoners hun huisvuil deponeerden. Wanneer je ging baden moest je eerst een bekken water kranen en nagaan of de badkamer vrij was. Via de erfpoort, ook wel negre doro, moesten de kinderen en anderen het huis betreden. De voordeur was alleen bestemd voor onderwijzers, doktoren, praktizijnen (juristen) en andere hoogwaardigheidsbekleders.

Wij hadden toen nog geen elektriciteit, dus ging het studeren ’s avonds met een koko lampu. Ook radio was er niet. Als straatverlichting waren er gaslantaarns. Tegen 18.00 uur kwam een werknemer op de fiets met een stok waaraan een haak bevestigd was de lantaarns aansteken. Vanwege de kwetsbaarheid van de straatlantaarns mocht er niet op straat gevoetbald worden; de lampen werden vaak door de ballen kapot getrapt.

Ons huis

Het huis bestond uit een beneden- en bovenwoning. Beneden waren er een slaapkamer voor ma en pa een voorkamer alwaar de meisjes ’s avonds op matrassen sliepen, een eetkamer en een keuken (kukru). De keuken was een ruimte met een kleine uitbouw met een raam dat door middel van een stok open werd gehouden. In de uitbouw bevond zich een koolpot waarin met houtskool werd gekookt. Voor het strijken van kleren werden de massief ijzeren strijkijzers in het vuur van de koolpot verhit. De eetkamer werd ook wel gadri of galerij genoemd. Daarin stond een lange tafel met aan weerszijden een lange bank waar de familie heerlijk zat te eten.

Het dak van ons huis bestond uit twee delen te weten een hoger deel voor de bovenbouw en een lager gedeelte voor de onderbouw. De appelboom was zo gegroeid, dat enkele takken op het dak van de onderbouw hingen. Ik ging dus vaak ’s middags mijn lessen leren op het lagere dak en ondertussen van de appels eten: wat een leerrijke/eetrijke periode!

Verder waren er aan de straatzijde van het huis drie ramen met vensters met blinders (houten shutters), waarvan twee in de voorkamer en een in de galerij. In die tijd kende Suriname geen dievenijzer, aangezien er niet zoveel diefstallen plaatsvonden. Aan de buitenkant waren de ramen, die vaker met een bout werden afgesloten en aan de binnenkant waren de vensters met blinders. De oudjes zaten vaak achter de blinders om na te gaan wie voorbij gingen.

Word vervolgd …

Met dank aan Ricardo Liong die heeft geholpen met het editen

Related Posts

Leave a comment