Jarenlang deed ze er alles aan om haar kroeshaar om te toveren tot een bos gladde, golvende lokken. Maar op haar dertigste is Agnes Hofman – van Braziliaanse komaf – het zat. “Ik ben van mijn haar gaan houden. En, interessant genoeg, ook meer van mezelf.”


Cosmopolitan 8, 2010 

Het kwam zo. Mijn laatste weave zat niet meer mooi. Maar ik had geen tijd om een dag bij de kapper te zitten – want zo lang duurt het om cornrows (dunne vlechten, strak op het hoofd) te laten maken en er vervolgens stroken nephaar in te laten weven.

Met petjes, sjaals en haarbanden op mijn bol vliegen de maanden voorbij. Voordat ik het weet loop ik niet twee maanden, maar een half jaar met mijn Brazilian hair. Als ik eindelijk in de kapsalon zit en mijn Nigeriaanse gelegenheidskapster (mijn vaste haarstylist zit in Angola en niemand anders durft het aan) zeer luidruchtig verkondigt dat ik te lang met mijn weave heb gelopen, begin ik me ernstig zorgen te  maken.

Zeker omdat ze demonstratief sist en de eigenaar erbij roept, die met zijn vinger op zijn pols tikt en een huis-tuin-en-keukenschaar pakt: “Sorry lady, time is money. We have to cut the weaves out.” Beschermend sla ik mijn handen op mijn hoofd. Terwijl de tranen in mijn ogen springen roep ik: “Noooo, not my hair!”

En zo, dankzij het noodlot en een enigszins agressieve kapper ben ik van mijn eigen haar gaan houden. En, interessant genoeg, ook meer van mezelf. Ik herken me in de uitspraak die rapper/acteur Ice-T doet in de documentaire Good Hair van Chris Rock: vrouwen met een weave pronken met andermans veren. Dat heb ik ook gedaan. Maar waarom toch? Om iemand te zijn die ik niet ben? Een betere versie van mezelf? Maar wie bepaalt dat? Anderen of ikzelf?

Exotische bezienswaardigheid
Ik denk dat het antwoord een combinatie van die elementen is. Ik heb jarenlang iemand willen zijn die ik niet ben, namelijk een blank meisje met goed haar. Want goed haar, dat had ik niet, zei mijn moeder altijd. Daarmee bedoelde ze dat de krul te sterk was en dat het zonder dure producten en veel verzorging onhandelbaar was.

Altijd na het wassen pakte ze de babyolie, kamde ze mijn haar stevig uit en kreeg ik twee vlechten. Als een soort Afro Pippi huppelde ik door het Betuwse platteland. In het gehucht waar ik ben opgegroeid werd ik gezien als een exotische bezienswaardigheid.

 

Kroes control
Ik herinner me die keer dat ik als 11-jarige ging tennissen met een heuse zweetband om mijn hoofd. We hebben het over de jaren tachtig, dus ik was helemaal fashionable. De avond ervoor had ik in opperste concentratie acht vlechten gemaakt. Helemaal zelf, met veel olie. Daar sliep ik mee, om de volgende dag geen kroezende, maar golvende lokken te hebben. Het was hét toernooi van het jaar, met een bbq als afsluiter van het seizoen. Eindelijk zou ik haar hebben dat op mijn schouders danste in plaats van die statische bos kroes of die twee stomme vlechten.

Ik zwaaide mijn vader gedag, die de auto stond te wassen. Ik hield de tuinslang nauwlettend in de gaten. Vocht is funest wegens opkroezingsgevaar. Hij zou toch niet klieren… Ik probeerde zo snel mogelijk weg te komen. Tevergeefs: de koude druppels daalden vanuit de tuinslang neer op mijn hoofd. Niks geen dansend haar, maar het kapsel van een trolletje. Twee jaar later kocht ik mijn eerste Dark & Lovely-kit – een chemische ‘relaxer’ om m’n haar te ontkroezen – en trad ik toe tot de orde van donkere vrouwen die maar één ding willen: goed haar.

Naïeve blanke vriendjes

De stap naar een weave was maar klein. Eerst een halve, waarbij ik alleen een paar rijen haar aan de onderkant vast liet naaien en mijn eigen lokken eroverheen drapeerde, maar al snel nam ik een full weave à 500 euro. Ik voelde me een diva, een prinses, een supermodel, een echte vamp. Mijn moeder was geëmotioneerd, dat haar dochter zo mooi was. En ook met de sjans ging het lekker. Meer dan ooit was de winkelstraat mijn catwalk.

Dansen, sjansen en zelfs seksen is beter met nephaar, al kleven er ook nadelen aan een weave. Zeker bij blanke vriendjes, die naïef denken dat het je eigen haar is. En tot jouw ergernis je hoofd willen liefkozen. De eerste keer dat hij dat waagt, sla je zijn handen uit
‘verlegenheid’ zachtjes weg. De tweede keer gaan zijn handen onder jouw begeleiding naar je heupen, maar bij zijn derde poging ben je grof de Sjaak. Je voelt pressie op je hoofdhuid. Zijn vingertoppen drukken tegen de cornrows aan waar je nephaar in is vastgenaaid. Er zijn een paar varianten op zijn opmerking, maar in bijna alle gevallen volgt er een serieus gesprek. Hier dien je te allen tijde voorzichtig mee om te gaan, om de opmerking ‘Oei, ik wist niet dat je zo onzeker bent’ te vermijden. Bij mij wekt dat altijd irritatie op. Want bijna alle mannen kijken naar vrouwen met een kunstmatige voorgevel en/of bilpartij, maar ik – zijn object van affectie – moet helemaal natural zijn.

Agnes Hofman NaturelPiekeren aan de kaptafel
Terugkijkend denk ik dat mijn wens blank haar te krijgen voortkomt uit het feit dat ik er jarenlang op ben gewezen dat ik anders ben, niet zoals de massa. In plaats van dat te omarmen, probeerde ik me aan te passen. Niet omdat ik niet trots was op mijn Braziliaanse roots, integendeel. Maar ik wilde als puber niet langer opvallen, geen uitzondering zijn. En er ook niet op beoordeeld worden. Die kleur was wat scheldwoorden betrof al erg genoeg, en dan was ik ook nog eens de langste van de klas. En ja, toen koos ik in deze blanke maatschappij voor de blanke helft in mij.
Alsof ik überhaupt een kant moest kiezen. En pas nu, op mijn dertigste, besef ik eindelijk dat dit niet hoeft.

Mijn opa van moederskant was een Braziliaanse 
cowboy en zo zwart als roet, terwijl mijn Nederlandse
grootvader aan papa’s kant strak in het pak als jurist op een ministerie werkte. Ik heb ze allebei helaas nooit kunnen ontmoeten, maar vroeg me laatst af wat ze zouden denken als ze me zagen piekeren aan mijn kaptafel. De een predikte vrijheid, de ander rechtvaardigheid. En ik, hun kleindochter, heb me mijn hele leven laten beperken door die krullen op mijn kop.
Wat mij betreft is dat klaar.

Niet omdat mijn date bekende me met mijn echte haar supersexy te vinden (‘Je bent net Erykah Badu’) en ook niet omdat ik nu radicaal voor mijn zwarte kant kies. Nee, ik kies voor mezelf en hoewel ik nog dagelijks moet wennen aan die enorme bos met krullen, begin ik er ook langzaam van te houden. Want ze zijn net als ik sterk, eigenwijs en niet te temmen.

Agnes Hofman, schrijfster van beroep, was een van de panelleden tijdens het Sabi Wiri Weekend. Klik hier voor meer over de schrijfster.